Een persoonlijke reflectie op investeren in Spanje, verschillende vormen van verhuur en de vraag of financieel succes en maatschappelijke verantwoordelijkheid nog samen kunnen gaan.


In 2018 kocht ik mijn eerste woning in Spanje. Een appartement vlak bij de Rambla in Tarragona, voor minder dan €100.000.

Een bedrag waarvoor je vandaag de dag op die locatie waarschijnlijk nauwelijks nog iets vergelijkbaars vindt.

Ik herinner me vooral hoe bijzonder ik het vond dat ik überhaupt een woning kon kopen. Het was geen spectaculaire vastgoedinvestering, geen uitgekiende strategie van een ervaren investeerder. Het was een eerste stap.

Een eigen plek, een beetje zekerheid en het besef dat vastgoed misschien ook een manier kon zijn om vermogen op te bouwen.

In de jaren daarna ben ik me steeds verder gaan verdiepen in de vastgoedmarkt. In aankopen, verhuren, rendement, financiering en hoe je met vastgoed langzaam iets kunt opbouwen voor de toekomst.

Het idee sprak me enorm aan: je werkt, spaart, neemt risico's, maakt keuzes en bouwt daarmee aan financiële onafhankelijkheid.

Niet omdat geld het belangrijkste is in het leven. Juist omdat geld vrijheid kan geven.

Vrijheid om minder te moeten werken. Om meer tijd door te brengen met je kinderen. Om zelf te bepalen hoe je je leven inricht.

Maar inmiddels kijk ik ook met andere ogen naar die eerste aankoop in 2018.

Want terwijl vastgoed voor sommige mensen een kans op financiële vrijheid is, wordt het voor anderen steeds moeilijker om überhaupt een woning te bemachtigen.

En dat schuurt.


Een investering voor de één, een onbereikbare woning voor de ander

De vastgoedmarkt in Catalonië is in acht jaar behoorlijk veranderd.

Woningeigenaren hebben op veel plekken hun vastgoedwaarde zien stijgen. Tegelijkertijd is het voor jonge mensen met een lokaal salaris steeds moeilijker geworden om een woning te kopen of te huren.

Je kunt deze ontwikkeling op twee manieren bekijken.

Vanuit de eigenaar die destijds een risico heeft genomen, heeft gespaard, geïnvesteerd, jarenlang lasten heeft gedragen en nu vermogen heeft opgebouwd.

Of vanuit iemand die vandaag hetzelfde probeert, maar merkt dat de prijzen veel sneller zijn gestegen dan het eigen inkomen.

En het ingewikkelde is: allebei hebben ze een punt.

Ik vind niet dat iemand zich automatisch schuldig hoeft te voelen omdat een investering goed heeft uitgepakt.

Maar ik vind ook dat we niet moeten wegkijken van het feit dat de woningmarkt voor veel lokale bewoners steeds minder toegankelijk wordt.

Misschien begint de oplossing juist bij het erkennen van die twee werkelijkheden.


Wanneer wordt bezit ineens iets waarvoor je je moet verdedigen?

Ik merk dat het maatschappelijke debat over vastgoed steeds meer polariseert.

Zeker in Catalonië, waar de woningcrisis een belangrijk politiek onderwerp is.

Vanuit linkse politieke bewegingen hoor je terecht veel aandacht voor betaalbaarheid, huisuitzettingen, speculatie en de bescherming van huurders.

Dat zijn belangrijke onderwerpen.

Maar wat mij stoort aan sommige uitingen in dat debat, is dat de particuliere woningeigenaar steeds vaker wordt neergezet als onderdeel van het probleem.

Alsof het opbouwen van vermogen met vastgoed op zichzelf al iets verkeerds is.

Alsof je je bijna moet verontschuldigen wanneer je jarenlang hard hebt gewerkt, verstandig hebt geïnvesteerd en daardoor financiële ruimte hebt gecreëerd.

Daar ben ik het niet mee eens.

Ik vind dat je hard mag werken, risico's mag nemen, vermogen mag opbouwen en daar vervolgens ook gewoon van mag genieten.

Zonder je daar schuldig over te hoeven voelen. Zonder wakker te liggen met de vraag of je misschien iets verkeerds doet door een woning te bezitten die je niet zelf permanent bewoont.

Tegelijkertijd vind ik het belangrijk dat die vrijheid niet ten koste hoeft te gaan van de kansen van anderen.

Dat is geen eenvoudige tegenstelling om op te lossen.

Maar ik weiger te geloven dat we moeten kiezen tussen financiële vrijheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid.


Niet iedere verhuurder is hetzelfde

Wat ik in deze discussie vaak mis, is nuance.

We spreken over verhuurders alsof het één homogene groep is.

Maar een internationaal investeringsfonds met duizenden woningen werkt fundamenteel anders dan een zelfstandige ondernemer die een tweede appartement koopt als pensioenvoorziening.

En iemand die een geërfde woning verhuurt, bevindt zich weer in een andere situatie.

Toch hebben we het vaak over dezelfde markt, dezelfde maatschappelijke verantwoordelijkheid en soms dezelfde beleidsmaatregelen.

Het verschil is belangrijk.

Een grote vastgoedpartij kan risico's spreiden, juridische procedures financieren en tegenvallende inkomsten opvangen binnen een grote portefeuille.

Een kleine particuliere eigenaar kan door één huurder die langdurig niet betaalt al in serieuze financiële problemen komen.

Dat betekent niet dat huurders minder bescherming verdienen. Integendeel.

Het betekent dat we moeten nadenken over wie verantwoordelijk hoort te zijn voor welke risico's.

Als iemand zijn huur niet meer kan betalen door ziekte, werkloosheid of andere omstandigheden, is dat een maatschappelijk probleem dat we moeten helpen oplossen.

Maar is het redelijk om de financiële gevolgen daarvan grotendeels bij één particuliere verhuurder neer te leggen?

Volgens mij niet.

Goede huurdersbescherming én rechtszekerheid voor eigenaren zouden elkaar moeten versterken.

Want uiteindelijk hebben we beide groepen nodig.


Eén woning, verschillende manieren om deze te gebruiken

Een ander onderwerp waar ik veel over nadenk, is hoe we bestaande woningen beter kunnen benutten.

We praten voortdurend over méér woningen bouwen. En dat is ongetwijfeld nodig.

Maar misschien moeten we ook kritischer kijken naar wat er met de woningen gebeurt die er al zijn.

Er bestaan verschillende vormen van verhuur, elk met een eigen doelgroep en maatschappelijke betekenis.


Verschillende vormen van verhuur en woninggebruik

Langetermijnverhuur

Langetermijnverhuur biedt stabiele woonruimte aan mensen die zich voor langere tijd in een gemeente willen vestigen. Het draagt bij aan de lokale woningmarkt en geeft huurders zekerheid. Tegelijkertijd is het belangrijk dat woningen betaalbaar blijven, goed worden onderhouden en dat er voldoende rechtszekerheid bestaat voor zowel huurder als verhuurder.

Tijdelijke verhuur

Tijdelijke verhuur kan een belangrijke oplossing zijn voor studenten, werknemers met een tijdelijk contract of mensen die voor een afgebakende periode ergens moeten wonen. Het biedt flexibiliteit en maakt woningen beschikbaar voor verschillende doelgroepen. Wel moet er daadwerkelijk sprake zijn van een tijdelijke woonbehoefte. Deze verhuurvorm mag niet worden gebruikt om de bescherming van reguliere huurders te omzeilen.

Kamerverhuur

Kamerverhuur maakt het mogelijk om bestaande woningen intensiever te gebruiken. Door woonruimte te delen, kunnen de kosten per bewoner lager uitvallen en kunnen meer mensen worden gehuisvest binnen dezelfde woningvoorraad. Daarbij moeten de kwaliteit van de huisvesting, privacy, veiligheid, maximale bezetting en wettelijke huurprijsgrenzen worden gerespecteerd.

Toeristische verhuur

Toeristische verhuur draagt bij aan de lokale economie. Bezoekers besteden geld bij restaurants, winkels en andere lokale ondernemers. Daarnaast biedt deze verhuurvorm eigenaren de mogelijkheid hun woning zelf te gebruiken en gedurende andere periodes te verhuren. Tegelijkertijd kan toeristische verhuur in gebieden met woningtekorten concurreren met permanente bewoning. Daarom is het belangrijk om per gemeente te beoordelen waar deze vorm van verhuur passend en verantwoord is.

Eigen gebruik en tweede woningen

Een woning hoeft niet uitsluitend een permanente woonfunctie te hebben. Tweede woningen bieden ruimte voor familie, recreatie en persoonlijke vrijheid. Mensen moeten de mogelijkheid hebben om een woning te bezitten waar ze zelf van genieten, ook als dat niet het hele jaar is. Tegelijkertijd roept langdurige leegstand vragen op, zeker in gemeenten waar lokale bewoners nauwelijks betaalbare woonruimte kunnen vinden. Het stimuleren van verantwoord gebruik, bijvoorbeeld door woningen tijdens langere afwezigheid beschikbaar te stellen wanneer dat juridisch mogelijk is, kan helpen om de bestaande woningvoorraad beter te benutten.


In Catalonië zijn de regels hiervoor bovendien sterk veranderd. De landelijke Ley 12/2023 en de Catalaanse Llei 11/2025 stellen onder meer eisen aan huurprijsregulering en de werkelijke bestemming van tijdelijke verhuur en kamerverhuur.


Voor een eigenaar wordt het daardoor steeds belangrijker om niet alleen te kijken naar wat financieel aantrekkelijk is, maar ook naar welke verhuurvorm juridisch toegestaan en maatschappelijk passend is.

En dat laatste vind ik interessant.

Want zou een woning die nu grotendeels leegstaat misschien tijdelijk kunnen worden gebruikt door iemand die voor een project in de regio werkt?

Kan kamerverhuur onder goede voorwaarden een oplossing bieden voor mensen die geen volledig appartement kunnen betalen?

Kan toeristische verhuur op sommige locaties juist goed samengaan met de lokale economie, terwijl op andere plekken permanente bewoning meer prioriteit verdient?

Ik denk dat de antwoorden per woning en per gemeente verschillen.

Niet iedere woning hoeft dezelfde functie te hebben. Maar iedere woning zou wel zo goed mogelijk gebruikt kunnen worden.

En daarvoor hebben we flexibele, duidelijke en uitvoerbare wetgeving nodig.


De paradox van steeds strengere huurwetten


Het doel van strengere huurwetgeving is begrijpelijk: betaalbare woningen behouden en kwetsbare huurders beschermen.

Toch vraag ik me af of bepaalde maatregelen niet ook onbedoelde gevolgen hebben.

Wanneer eigenaren minder zekerheid ervaren over huurinkomsten, de duur van contracten of het terugkrijgen van hun woning, kunnen ze besluiten niet meer te verhuren.

De woning blijft dan leeg, gaat in de verkoop of krijgt een andere bestemming.

Dat is niet in het belang van woningzoekenden.

De recente Spaanse huurmaatregelen laten zien hoe ingewikkeld deze belangenafweging is. Er worden aanvullende beschermingen ingevoerd, terwijl tegelijkertijd wordt gezocht naar compensaties en uitzonderingen voor kleine eigenaren.

Natuurlijk is niet bewezen dat iedere vorm van huurregulering het aanbod vermindert. De effecten verschillen per regeling en woningmarkt.

Maar ik zou veel liever zien dat we eigenaren stimuleren om verantwoord te verhuren, dan dat we een klimaat creëren waarin mensen bang worden om hun woning beschikbaar te stellen.

Waarom niet meer investeren in betaalbare huurverzekeringen, duidelijke procedures en garanties voor zowel huurders als verhuurders?

Waarom niet fiscaal stimuleren wanneer iemand een woning beschikbaar stelt tegen een betaalbare huur?

En waarom richten we onze aandacht niet nadrukkelijker op het toegankelijk maken van de koopmarkt voor lokale bewoners?

Van vermogensopbouw naar financiële vrijheid voor meer mensen

Misschien is dit wel het onderwerp dat mij het meest bezighoudt.

Vastgoed heeft mij laten zien dat financiële vrijheid niet uitsluitend voortkomt uit je salaris. Je kunt ook vermogen opbouwen. Door verstandig te sparen, te investeren, te leren en bepaalde financiële risico's te nemen. Maar als steeds minder mensen de mogelijkheid krijgen hun eerste woning te kopen, wordt het ook steeds moeilijker voor hen om op dezelfde manier vermogen op te bouwen.

En dan ontstaat er een fundamentele ongelijkheid. Wie al vastgoed bezit, profiteert mogelijk van stijgende prijzen. Wie nog moet beginnen, ziet zijn startpunt steeds verder opschuiven. Ik denk dat we daar veel meer aandacht aan moeten besteden. Niet uitsluitend door bezit zwaarder te belasten of de mogelijkheden voor bestaande eigenaren te beperken. Maar ook door nieuwe generaties te helpen eigenaar te worden. Met betere financiële educatie. Meer kennis over hypotheken. Toegang tot deskundige begeleiding. Nieuwe financieringsvormen en betaalbare koopwoningen.

En vooral door kennis niet alleen toegankelijk te maken voor mensen die al vermogen hebben.


Kun je vastgoedbezitter zijn én maatschappelijk betrokken?

Ik denk van wel. Maar het vraagt om een andere manier van kijken. Je hoeft als particuliere eigenaar niet iedere maatschappelijke uitdaging persoonlijk op te lossen. Je hoeft niet je vermogen weg te geven. Je hoeft je financiële toekomst niet op te offeren. En je hoeft ook niet te doen alsof rendement er niet toe doet.

Maar je kunt jezelf wel vragen stellen. Gebruik ik mijn woning op een zinvolle manier? Kan ik een goede huurder een eerlijke kans geven? Is het rendement dat ik nastreef redelijk in verhouding tot de kwaliteit die ik bied? En kan ik iets terugdoen voor de omgeving waarvan ik zelf profiteer?

Dat zijn geen vragen met één correct antwoord. Ook ik ben daarin zoekende. Ik wil blijven ondernemen, investeren en een goede toekomst opbouwen. Tegelijkertijd wil ik wonen niet uitsluitend bekijken als een product waarmee geld verdiend kan worden. Een woning betekent immers ook stabiliteit, veiligheid, een sociaal leven en de mogelijkheid ergens thuis te zijn.

Dat spanningsveld verdwijnt niet door simpelweg links of rechts te kiezen.


Misschien moeten we ophouden elkaar als tegenstanders te zien

Ik geloof niet dat iedere verhuurder een speculant is. Net zo min als ik geloof dat iedere huurder die bescherming nodig heeft misbruik maakt van het systeem. Ik geloof ook niet dat we de woningcrisis gaan oplossen door mensen die jarenlang vermogen hebben opgebouwd het gevoel te geven dat ze zich daarvoor moeten schamen. Maar ik geloof evenmin dat we de markt volledig haar gang kunnen laten gaan wanneer steeds meer mensen worden uitgesloten van een basisbehoefte. Volgens mij hebben we een systeem nodig dat beide belangen serieus neemt.

Volgens mij hebben we een systeem nodig dat beide belangen serieus neemt.

Waarin je kunt investeren zonder buitensporige juridische onzekerheid. Waarin huurders op een betrouwbare en betaalbare woning kunnen rekenen. Waarin leegstand niet vanzelfsprekend aantrekkelijker is dan verhuur. En waarin mensen die vandaag nog geen vastgoed bezitten ook een realistische mogelijkheid hebben om een toekomst op te bouwen.


Toen ik in 2018 mijn eerste appartement in Tarragona kocht, dacht ik vooral aan de mogelijkheden die dat voor mijn eigen leven zou creëren. Vandaag denk ik ook na over hoe we ervoor kunnen zorgen dat anderen die mogelijkheden blijven houden. Mijn ambitie om financieel onafhankelijk te zijn, is niet verdwenen. En ik vind ook niet dat die hoeft te verdwijnen. Maar ik wil wel blijven nadenken over de manier waarop ik die vrijheid opbouw. Misschien is dat uiteindelijk waar ethisch investeren voor mij om draait. Niet dat je geen geld mag verdienen. Maar dat je blijft kijken naar de waarde die je creëert. Voor jezelf én voor anderen. Want financiële vrijheid is iets moois. Maar een samenleving waarin steeds minder mensen die vrijheid kunnen bereiken, lijkt me uiteindelijk voor niemand een goede investering.